“De meeste voldoening haalde ik uit het moment waarop een leerling weer tot leren en ontwikkelen kwam.”

Marjolein van Breda, zorgcoördinator bij RSG Pantarijn, startte haar carrière als verpleegkundige, maar liet zich na een aantal jaren omscholen tot docent verpleegkunde in het volwassenonderwijs. Uiteindelijk rolde zij het middelbaar onderwijs in als docent Zorg & Welzijn en Biologie binnen RSG Pantarijn. Na dit vijf jaar met veel plezier en passie te hebben gedaan nam zij de rol van zorgcoördinator op zich. Een prachtige rol die haar op het lijf geschreven is. Binnenkort sluit zij deze periode af om te gaan genieten van haar welverdiende pensioen. In dit interview blikken we terug op haar 25-jarige loopbaan in het onderwijs en deelt zij haar ervaringen als zorgcoördinator en haar visie op inclusief onderwijs met ons.
Wat is de kern van jouw werk als zorgcoördinator?
Marjolein vertelt: ‘Als zorgcoördinator zorg ik ervoor dat iedere leerling de ondersteuning krijgt die hij of zij nodig heeft om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. In de praktijk betekent dit goed luisteren, signaleren, verbinden en afstemmen. Ik beweeg me tussen leerlingen, docenten, ouders en externe partners en probeer daarin overzicht te houden en richting te geven. Het gaat om maatwerk: ik kijk naar wat een leerling nodig heeft en hoe we dat binnen de school kunnen organiseren. Tegelijkertijd ondersteun en adviseer ik collega’s, zodat zij zich gesteund voelen in hun begeleiding van leerlingen. Waar het uiteindelijk om draait is het creëren van een veilige, inclusieve omgeving waarin iedere leerling zich gezien en ondersteund voelt.’
Wat gaf jou de meeste voldoening in de rol van zorgcoördinator?
‘De meeste voldoening haalde ik uit het moment waarop een leerling weer tot leren en ontwikkelen kwam. Soms was dat klein – een leerling die weer met vertrouwen de klas binnenstapte – maar juist die stappen voelden groot. Ook het verbinden van mensen, zodat een leerling echt gezien werd, gaf veel betekenis aan mijn werk.’
Kun je een voorbeeld noemen waarin je echt het verschil kon maken voor een leerling?
‘Ik denk aan een leerling die dreigde uit te vallen door angstklachten. Door goed te luisteren, samen met ouders en docenten kleine, haalbare stappen te formuleren en het tempo aan te passen, lukte het om hem weer langzaam terug te laten keren in het onderwijs. Het verschil zat niet in één grote oplossing, maar in het gezamenlijke proces en het vertrouwen dat groeide.’
Wat betekent ‘inclusief onderwijs’ voor jou?
‘In eerste instantie was het voor mij een vrij abstract begrip. Gaandeweg kreeg het betekenis: inclusief onderwijs gaat niet alleen om meedoen, maar er ook echt bij horen en kunnen deelnemen op een manier die past bij de leerling. Er is een duidelijke verschuiving geweest van ‘zorg voor aparte groepen’ naar ‘ondersteuning binnen de reguliere setting’.’
Wat zie jij als de belangrijkste stappen richting inclusie?
‘Ik zie dat de invoering van passend onderwijs veel in beweging heeft gezet. Ook de groeiende aandacht voor handelingsgericht werken en samenwerking met ouders zie ik als belangrijke stappen. Samenwerking speelt een cruciale rol. Zonder samenwerking tussen leerling, school, ouders en externe partners kom je er niet. Inclusie is nooit een individuele opdracht.’
Kun je een voorbeeld noemen van een succesvolle samenwerking richting inclusiever onderwijs?
‘Vorig jaar zijn we gestart met een mooi programma in samenwerking met AB Het Spectrum. Dit programma sluit aan bij leerlingen die iets extra’s nodig hebben om zich binnen het regulier onderwijs op hun plek te voelen.
Het programma richt zich op leerlingen die kunnen profiteren van het beter leren kennen van zichzelf, hun uitdagingen en sterke kanten op school. Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen die het lastig vinden de leerstof te verwerken, die last hebben van prikkels op school of moeite hebben met plannen en organiseren. In het programma werken leerling, docent en ouders samen om goed in kaart te brengen wat de leerling nodig heeft om moeilijkheden rondom leren aan te pakken en sterke kanten in te zetten. Dit verhoogt niet alleen de schoolprestaties maar, minstens zo belangrijk, ook het leerplezier.
Het programma is voor leerlingen, ouders en docenten en heeft als doel om schooluitval te voorkomen, inzicht geven in wat er voor de leerling nodig is om tot leren te kunnen komen.
Door deze samenwerking aan te gaan met specialisten vanuit het autistisch spectrum zien wij dit als een voorbereiding op inclusief onderwijs.” Faciliteren en erbij blijven” is ons motto!‘
Wanneer lukt inclusie in de praktijk echt?
‘Als zorgcoördinator kijk en werk ik graag vanuit een preventief kader. Je kunt een leerling pas goed helpen als je van tevoren weet wat hij/zij nodig heeft en of binnen de school de faciliteiten aanwezig zijn om het inclusief te maken. Inclusie lukt wanneer een team bereid is te kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. Ik heb ervaren dat scholen waarin flexibiliteit in roosters bestaat, sprake is van differentiatie in de klas en de docenten een open houding hebben ervoor zorgden dat leerlingen met uiteenlopende behoeften konden meedoen.’
Wat we bij Pantarijn hebben gedaan (weer vanuit een preventief kader) is het ontwikkelen van een stevige basis in de onderbouw. Zo is er nu voor het 8e jaar een kleine veilige klas met maximaal 14 leerlingen ingericht die moeite hebben met de overgang van po naar vo. Zij worden het eerste jaar door twee mentoren ondersteund en begeleid in een structuur van het basisonderwijs, maar die gericht is op natuurlijke doorstroom naar 2 vmbo (of 2 PrO).’
Welke successen zijn je bijgebleven?
‘Er is bijvoorbeeld een leerling die naast een tweedaagse behandeling vanuit de GGZ het eerste jaar maar drie dagen naar school kon komen. Naast een flexibel rooster en aanpassingen binnen ons onderwijssysteem heeft zij het toch gered om dit jaar eindexamen te doen. Dat vind ik geweldig om te zien.’
En welke dilemma’s kwam je tegen?
‘Inclusief onderwijs blijft voor mij nog steeds een verkapte bezuinigingsregel voor het onderwijs. Leerlingen die vanuit het sbo of so komen worden geadviseerd om zoveel mogelijk naar regulier onderwijs door te stromen. Het aanvragen van TLV’s wordt afgeraden en tegengewerkt ook als een leerling tussen wal en schip dreigt te vallen.
De ervaring leert dat er hierdoor steeds meer leerlingen vastlopen in het regulier onderwijs en alsnog beter op hun plek zijn binnen het vso. Helaas is er dan vaak geen plek meer en dreigen deze leerlingen thuiszitters te worden met alle gevolgen van dien.
In mijn optiek is het belangrijk om ervoor te waken dat regels en structuren leidend worden boven de vraag van de leerling. Want dan komt helaas de bedoeling van inclusie onder druk te staan. De meeste scholen zijn nog niet of onvoldoende toegerust en klaar voor inclusief onderwijs.’
Kijkend naar de toekomst: wat hoop je voor inclusief onderwijs?
‘Ik hoop dat het minder een streven en meer een vanzelfsprekendheid wordt. Ik wens dat de leerlingen die echt gebaat zijn bij vso ook daar naartoe kunnen zonder een martelgang aan administratie, lastige gesprekken en langdurige processen. En dat er geluisterd en gekeken wordt naar wát een kind nodig heeft en wáár hij op de juiste plek is.
Draai het proces eens wat eerder om; laat kinderen die tussen wal en schip vallen starten op een vso om vandaaruit toe te werken naar regulier onderwijs. Dit vraagt om een andere visie vanuit vso en regulier onderwijs maar de stappen in dit proces zullen doelmatiger zijn dan een leerling op een (nog niet) juiste vorm van onderwijs plaatsen.’
Wat zijn volgens jou de belangrijkste stappen om te komen tot inclusiever onderwijs?
‘Het is belangrijk om te blijven investeren in deskundigheid van docenten, kleinere klassen waar mogelijk en ruimte voor maatwerk. Om te gaan voor een preventieve aanpak, out of the box durven denken en gebruik te maken van wat er al is. Gluren bij de buren en daar je voordeel uit halen. Het wiel hoeft niet steeds opnieuw te worden uitgevonden.’
Wat zijn voor jou de meest betekenisvolle momenten als je terugkijkt op de afgelopen 25 jaar in het onderwijs?
‘Het zijn niet zozeer de grote gebeurtenissen die me het meest bijblijven, maar juist de kleine, persoonlijke momenten. Leerlingen die boven zichzelf uitstijgen, een kind dat weer zelfvertrouwen krijgt, of een ouder die aangeeft zich eindelijk gehoord te voelen. Ook de samenwerking met collega’s, samen zoeken naar wat een leerling nodig heeft en daar creatief in zijn, heeft voor mij veel betekenis gehad. Daarnaast zijn veranderingen in het onderwijs, waarbij ik heb mogen meedenken en bouwen aan beter passend onderwijs, waardevolle mijlpalen geweest. Het besef dat je een rol speelt in de ontwikkeling van jonge mensen, en soms echt het verschil kunt maken, geeft dit werk al 25 jaar betekenis.’
Welke adviezen zou je nieuwe zorgcoördinatoren/docenten willen meegeven?
‘Blijf nieuwsgierig, stel vragen en werk samen. Je hoeft het niet alleen te doen. En, blijf de leerling achter de ondersteuningsaanvraag zien. Het gaat altijd om een mens, niet om een dossier.’
Waar ben je het meest trots op terugkijkend op je de afgelopen 25 jaar in het onderwijs?
‘Ik ben het meest trots op de momenten waarop leerlingen zich gezien en gesteund voelden. Op collega’s die de stap naar ‘anders denken’ hebben gezet en nu zelf de OPP’s schrijven waardoor ze meer inzicht hebben in de ondersteuning die leerlingen nodig hebben. En ook ben ik trots op collega’s van het po die ons steeds meer weten te vinden als het gaat om mee te denken wat goed is voor de leerling die overstapt van po naar vo.’
En waar kijk je naar uit, nu je bijna met pensioen gaat?
‘Meer tijd voor andere dingen, misschien reizen kunnen maken buiten de schoolvakanties om. Maar ook de rust om terug te kijken op een betekenisvolle loopbaan.
En ik blijf me inzetten voor leerlingen die dat zetje extra nodig hebben om op een fijne en veilige manier naar school te kunnen. Met de kennis en expertise die ik de afgelopen 25 jaar heb opgedaan wil ik scholen blijven helpen om mee te denken inclusief onderwijs passend voor iedereen te maken!’
Dank je wel voor het inspirerende gesprek Marjolein. En geniet van je welverdiende pensioen!
Interview: Gabriëlle de Graaf
Ga terug naar het overzicht