Samen Kansrijk met Saskia Dirven

×
Ga terug naar het overzicht

“Als schoolcontactpersoon die verbindende rol te kunnen vervullen; daar ga ik echt van aan.

Saskia Dirven startte na de zomer bij het samenwerkingsverband als Adviseur Passend Onderwijs. Opgeleid als orthopedagoog, docent Pedagogiek én Kerntalentenanalist zet zij met veel plezier haar kennis en eerder opgedane werkervaring in bij het samenwerkingsverband. Om zo met elkaar verder te bouwen aan een fijne passende en inclusieve plek voor elke leerling en professional.

In dit interview vertelt Saskia over de verschillende rollen die zij binnen het samenwerkingsverband bekleedt, haar ervaringen tot nu toe en op welke manier zij kan bijdragen aan de route naar inclusiever onderwijs.

Wat kun jij ons vertellen over je werkzaamheden bij het samenwerkingsverband?

“Ik heb verschillende rollen binnen het samenwerkingsverband”, vertelt Saskia. “Zo ben ik o.a. schoolcontactpersoon voor drie van de bij het SWV aangesloten scholen; het Aeres VMBO, het Marnix College en het Vester College. Bij alle scholen krijg ik veel inspiratie van de passie waarmee docenten onderwijs geven aan leerlingen die te maken hebben met gedragsproblematiek, en specifiek ook bij het Vester College waar veel kennis aanwezig is van gedragsproblematiek. Zij vervolgt: “Ik vind het heel mooi om de brug te kunnen slaan tussen voortgezet speciaal onderwijs en regulier onderwijs of andere speciaal-onderwijsscholen. Juist ook vanwege de ervaringen die ik eerder met andere scholen heb opgedaan. Als schoolcontactpersoon die verbindende rol te kunnen vervullen; daar ga ik echt van aan”.

Hieraan voegt Saskia toe: “In deze rol denk ik vaak mee over trajecten die binnen de scholen niet vanzelfsprekend lopen en meer aandacht of maatwerk vragen. Bijvoorbeeld bij leerlingen die dreigen thuis te komen zitten of al thuiszitten. Samen met de mensen die hierbij betrokken zijn ben ik continue bezig met het leggen van puzzelstukjes. Dit proces begint vaak door in gesprek te gaan met de ondersteuningscoördinator of zorgcoördinator van de school en ook wordt vaak Leerplicht hierbij betrokken, of de zorg. En soms gaat het verder dan een onderwijsvraag. Enerzijds probeer ik zoveel mogelijk ondersteuning te bieden zodat de leerling in de school kan blijven. En tegelijkertijd probeer ik er scherp op te zijn dat aan de zorgkant op tijd de juiste poppetjes in beweging komen. Dat is een ingewikkelde maar inspirerende puzzel. Ik heb het gevoel dat het al best wel goed loopt binnen de samenwerking. In de MDO’s waarbij ik betrokken ben, ervaar ik dat iedereen in de aan- en meewerkstand staat. Hierbij probeer ik bruggen te slaan tussen de verschillende betrokkenen. Zo denk ik mee en leg ik procedures uit om met elkaar in overleg een goed plan te maken, waarin alle aspecten worden meegenomen.”

Saskia vervolgt: “Naast mijn rol als contactpersoon maak ik ook deel uit van drie werkgroepen. In de werkgroep Onderwijszorgarrangementen (OZA) werk ik samen met de andere samenwerkingsverbanden die binnen hetzelfde gebouw werken en met de gemeentes in de regio FoodValley. Met elkaar kijken we wat binnen de regio passende onderwijszorgarrangementen zijn, waarbij alle partijen verantwoordelijkheid nemen voor het deel waar zij verantwoordelijk voor zijn. Daarnaast ben ik gevraagd om voor de werkgroep Ouder- en Jeugdsteunpunt binnen ons SWV een opdrachtformulering te maken die aansluit bij het beleid dat er al ligt om aan de wettelijke eisen te voldoen, maar waarbij ook aandacht is voor goede inhoudelijke borging en monitoring. En ook ben ik contactpersoon van de projectgroep Om- en afbouw Jeugdzorgplus. Hierin willen wij als samenwerkingsverband de betrokken scholen ondersteunen in traumasensitief onderwijs geven, om er zo voor te zorgen dat leerlingen die uit een gesloten setting terugkomen naar onze regio, ook van een passend aanbod gebruik kunnen maken. In de toekomst zal ik als onafhankelijk gedragsdeskundige ook toelaatbaarheidsverklaringen beoordelen voor leerlingen waarvoor de school een aanvraag voor de toelaatbaarheid tot het VSO heeft ingediend. Hierbij zorgen we er vanzelfsprekend voor dat mijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft.

Wat is jouw kijk op inclusie en de rol van het SWV hierbij?

“De definitie van inclusief onderwijs is dat alle leerlingen, met en zonder extra ondersteuningsbehoefte, naar één school gaan en daar onderwijs volgen. Dat vind ik een heel mooie gedachte. Maar ik zie ook hoe groot deze uitdaging is, ook vanuit maatschappelijk oogpunt en de huidige individualisering van de maatschappij. Ik zou het heel mooi vinden om daar met elkaar meer naar toe te werken. Ik vind inclusie fantastisch maar er is nog wel een lange weg te gaan.”

Saskia vervolgt: “Ik geloof dat we als samenwerkingsverband zaadjes bij de scholen planten om wat vaker inclusief te denken. Bijv. door de scholen te stimuleren om meer gaan kijken naar de trends. Welke problematiek speelt zich af binnen de scholen? Als we bijvoorbeeld zien dat er een grotere groep leerlingen is uitgevallen omdat ze snel overprikkeld raken, dan is het belangrijk om dit nader te onderzoeken in plaats van enkel voor een individuele aanpak te kiezen. Een oplossing kan zijn om binnen de scholen, naast de normale aula, ook een prikkelarme aula in te richten, waar leerlingen die prikkelgevoelig zijn heen kunnen gaan. Een aula die, net als de normale aula, voor iedere leerling toegankelijk is. Zo kun je scholen aan het denken zetten.”

Route richting het nieuwe ondersteuningsplan

Over de route naar het nieuwe ondersteuningsplan vertelt Saskia: “Ook in de aanloop naar het nieuwe ondersteuningsplan is inclusief onderwijs de leidraad. Wat ik mooi vind aan de manier waarop we dat tot stand brengen, is dat we hierin echt proberen om good practices op te vragen bij alle betrokkenen. We zijn bezig met wat werkt in de praktijk en kijken met elkaar naar de oorzaak waardoor leerlingen zijn uitgevallen. In 99% van de gevallen voelt de leerling zich niet gezien of gehoord. Op die manier proberen we met de scholen te kijken naar de wijze waarop zij hiermee omgaan. Wat kun je als school doen om ervoor te zorgen dat deze leerlingen zich wél gezien en gehoord voelen?”

Hoe zie jij de rol van het samenwerkingsverband ten aanzien van inclusie?

“Het samenwerkingsverband als bureau vraagt input van de verschillende groepen om het nieuwe ondersteuningsplan tot stand te brengen. Wat ik zie is dat het samenwerkingsverband vaak gezien wordt als een persoon. Maar het samenwerkingsverband omvat alle scholen bij elkaar, met daarbinnen het bureau van het samenwerkingsverband die een specifieke opdracht heeft en tot doel heeft deze ook voor te leven.”

Zij vervolgt: “In mijn optiek zouden de aangesloten scholen nog meer met elkaar kunnen samenwerken. Juist door te kijken naar hoe de andere school omgaat met bepaalde uitdagingen kunnen ze van elkaar te leren, door met elkaar te sparren en te verbinden. Het wiel hoeft dan ook niet steeds opnieuw te worden uitgevonden. Het SWV kan ervoor zorgen dat deze verbinding ontstaat, kan de scholen van informatie voorzien over leerlingstromen, en stimuleren om inclusie en de samenwerking nog meer in hun reguliere werkwijze te borgen.”

Wat zijn jouw ervaringen tot nu toe en jouw verwachtingen?

“Wat ik heel mooi vind aan het samenwerkingsverband VO Gelderse Vallei, is de professionele manier waarop ze met data werken. Ze stimuleren scholen om meer opbrengstgericht te werken. Daarmee overtreft het samenwerkingsverband mijn verwachtingen; dit staat al zo goed dat je de scholen echt kunt gaan coachen. Ik leer daar zelf ook veel van, het is mooi om te zien hoe zij (wij) dat vormgeven.

Ik vind het ook waardevol dat we met andere samenwerkingsverbanden in één gebouw zitten. Zo kun je veel van elkaar leren en bijvoorbeeld wat bij de één goed werkt dit aanpassen aan de eigen situatie.

Verder heb ik door mijn bezoeken aan de scholen het vertrouwen dat we samen mooie dingen kunnen gaan doen en bereiken.”

Regionale samenwerking

“Wat de regionale samenwerking betreft, wil ik graag nog wat meer outreachend zijn richting de gemeenten. Ik ben nog zoekend onder welke paraplu ik dat het beste kan doen, met name binnen de werkgroep Onderwijszorgarrangementen (OZA), waarin regionale samenwerking echt het verschil kan maken.

Ik probeer nu goed in beeld te krijgen hoe die regionale samenwerking precies loopt, en bij wie we terechtkunnen om bepaalde processen aan te jagen. Ook wil ik graag ontdekken hoe we samen met gemeenten en leerplichtambtenaren nóg beter kunnen samenwerken.”

Tot slot: wil je nog iets toevoegen over je ervaring tot nu toe binnen het team?

“Ik ervaar het team binnen het samenwerkingsverband als heel fijn. Met de collega’s heb ik al mooie en open gesprekken gehad. We bevragen elkaar kritisch, zetten elkaar aan het denken en houden elkaar scherp. Dat voelt heel prettig. Er werken veel slimme en betrokken mensen, en ik merk echt dat we elkaar versterken. Dat geeft mij veel energie.”

Dank je wel voor het mooie gesprek Saskia.

Interview: Gabriëlle de Graaf

Ga terug naar het overzicht